Geschiedenis

Voorjaar 1955. Jeanne Warners, 55 jaar oud, reist af naar de Balearen. Haar moeder is kort daarvoor overleden. Jeanne heeft veertien jaar voor haar gezorgd en wil er even helemaal uit om na te denken over haar toekomst. Als ze over het strand dwaalt valt haar oog op een kleine, sierlijke schelp met stekels. Het is een stekelhoorn, de Murex brandaris. Ze is zo getroffen door de schoonheid van deze schelp, dat ze in een flits een nieuw levensdoel voor ogen heeft. Het idee voor een zeemuseum is geboren. Zes weken later komt ze thuis met twaalf koffers vol met schelpen.

De vondsten worden beschreven en op 14 april 1956, nog geen jaar nadat ze de eerste schelp gevonden had, wordt in haar ouderlijk huis in Oosterbeek Zeemuseum Miramar geopend. Vele reizen volgen en al gauw is haar huis te klein om de alsmaar groeiende verzameling te kunnen onderbrengen. De verhuizing van haar museum naar Vledder is een kwestie van toeval. De burgemeester van de gemeente Vledder bezoekt tijdens een vakantie haar museum en raakt daarvan zo onder de indruk dat hij haar een pand in zijn gemeente aanbiedt. Juffrouw Warners neemt zijn aanbod aan en in 1966 volgt een heropening van Miramar Zeemuseum in Vledder.

Juffrouw Warners blijft tot op zeer hoge leeftijd reizen en verzamelen, voornamelijk in de wintermaanden wanneer het museum gesloten is. In de zomermaanden verdient zij met het ontvangen van bezoekers het geld voor een volgende reis. Zij overlijdt op 86-jarige leeftijd en heeft dan honderdduizenden bezoekers in haar museum rondgeleid. Het leven, werk en reisavonturen van deze excentrieke dame zijn door Joop van der Tuin beschreven in 'De Blauwe Dame'. Dit interessante boek is te koop in de museumwinkel.